Vruchtgebruik voor de langstlevende echtgenoot
Door: Sett advocaten en belastingadviseurs •3 februari 2026

Wanneer zijn erfgenamen verplicht mee te werken aan vestiging van vruchtgebruik op andere goederen?
Het Nederlandse erfrecht kent een beschermingsregeling voor de langstlevende echtgenoot. Deze regeling is erop gericht te voorkomen dat de langstlevende na het overlijden van zijn of haar partner financieel onvoorzien achterblijft. Naast het bekende vruchtgebruik van de echtelijke woning en inboedel (artikel 4:29 BW), bevat de wet een minder bekende, maar juridisch ingrijpende bepaling: artikel 4:30 BW. Op grond van dit artikel kunnen erfgenamen verplicht zijn mee te werken aan de vestiging van vruchtgebruik op andere goederen van de nalatenschap, indien de verzorging van de langstlevende dat vereist.
Wettelijk kader: art. 4:30 BW
Artikel 4:30 lid 1 BW bepaalt dat de erfgenamen verplicht zijn mee te werken aan de vestiging van een vruchtgebruik op andere goederen van de nalatenschap dan de woning en inboedel, voor zover de langstlevende echtgenoot daaraan behoefte heeft voor zijn verzorging, en deze medewerking verlangt. Het gaat hierbij om een wettelijke verplichting die rechtstreeks uit de wet voortvloeit en niet afhankelijk is van de wil van de erfgenamen.
Deze regeling vormt een aanvulling op artikel 4:29 BW. Waar artikel 4:29 BW ziet op de bescherming van het woongenot, strekt artikel 4:30 BW tot waarborging van de bredere financiële verzorging van de langstlevende. De wetgever heeft hiermee beoogd een vangnet te creëren voor situaties waarin de erflater onvoldoende voorzieningen heeft getroffen.
Verschil met vruchtgebruik van woning en inboedel
Opvallend is dat de terminologie van artikel 4:30 BW op meerdere punten afwijkt van die van artikel 4:29 BW. Anders dan bij het vruchtgebruik van de woning en inboedel, is bij artikel 4:30 BW niet vereist dat de langstlevende geen rechthebbende is geworden “ten gevolge van uiterste wilsbeschikkingen van de erflater”. Dat betekent dat ook in gevallen waarin de langstlevende (deels) is bedacht of mede-erfgenaam is, alsnog aanspraak kan bestaan op aanvullend vruchtgebruik.
Wel geldt dat het vruchtgebruik slechts kan worden gevestigd voor zover de verzorging van de langstlevende dat vereist. Deze verzorgingsbehoefte vormt het centrale toetsingscriterium en begrenst de omvang van het recht.
Verzorgingsbehoefte: beperkte uitleg
Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de wetgever bewust heeft gekozen voor een beperkte uitleg van het begrip verzorgingsbehoefte. Aanvankelijk werd in de Tweede Kamer nog uitgegaan van een ruim verzorgingsbegrip, maar in de Eerste Kamer is daarvan afstand genomen. De minister heeft daarbij benadrukt dat het vruchtgebruik van artikel 4:29 en 4:30 BW niet is bedoeld om de langstlevende in staat te stellen het volledige levenspatroon van vóór het overlijden voort te zetten.
De Hoge Raad heeft dit bevestigd in zijn rechtspraak, waarin is geoordeeld dat deze bepalingen slechts beogen een passende voorziening te bieden en fungeren als vangnet voor zover de verzorging niet reeds is gewaarborgd. De langstlevende zal bij een beroep op artikel 4:30 BW aannemelijk moeten maken dat zonder het gevraagde vruchtgebruik niet in zijn of haar verzorging kan worden voorzien.
Welke goederen kunnen met vruchtgebruik worden belast?
Onder “andere goederen” in de zin van artikel 4:30 BW vallen in beginsel alle goederen van de nalatenschap, waaronder ook vermogensbestanddelen zoals effecten, banktegoeden, ondernemingsvermogen en onroerend goed. In uitzonderlijke gevallen kunnen daar zelfs de voormalige echtelijke woning en inboedel onder vallen, bijvoorbeeld wanneer niet is voldaan aan de vereisten van artikel 4:29 BW, zoals het mede-bewonen van de woning ten tijde van overlijden.
De rechter heeft bij de beoordeling van het verzoek tot vestiging van vruchtgebruik aanzienlijke beoordelingsvrijheid. Daarbij worden alle omstandigheden van het geval betrokken, waaronder de financiële positie van de langstlevende, diens leeftijd, gezondheid en toekomstige verplichtingen.
Invloed van hetgeen de langstlevende reeds verkrijgt
Bij de vaststelling van de verzorgingsbehoefte dient rekening te worden gehouden met hetgeen de langstlevende reeds verkrijgt of had kunnen verkrijgen uit de nalatenschap. Artikel 4:30 lid 7 BW schrijft voor dat bij de beoordeling in mindering wordt gebracht wat de langstlevende krachtens erfrecht had kunnen verkrijgen. Dit voorkomt dat de regeling leidt tot stapeling van aanspraken.
Indien de langstlevende mede-erfgenaam is of gerechtigd is tot een aandeel in een ontbonden huwelijksgemeenschap, dient ook dat vermogen te worden meegewogen.
De waarde van het vruchtgebruik wordt echter niet zonder meer toegerekend aan het erfdeel van de langstlevende; het gaat om een zelfstandige beoordeling van de feitelijke verzorgingsbehoefte.
Relatie met schuldeisers en legitimarissen
De vestiging van vruchtgebruik op grond van artikel 4:30 BW heeft ook gevolgen voor de positie van schuldeisers en legitimarissen. Zo bepaalt de wet dat vorderingen van legitimarissen niet opeisbaar zijn zolang goederen van de nalatenschap met vruchtgebruik kunnen worden belast. Dit onderstreept het beschermingskarakter van de regeling.
Voor schuldeisers geldt dat zij rekening moeten houden met het beperkte verhaalsrecht zolang het vruchtgebruik voortduurt. De wetgever heeft dit aanvaardbaar geacht in het licht van het belang van de verzorging van de langstlevende echtgenoot.
Conclusie
Artikel 4:30 BW vormt een belangrijk, maar vaak onderschat instrument binnen het erfrecht. Erfgenamen kunnen verplicht zijn mee te werken aan de vestiging van vruchtgebruik op andere goederen van de nalatenschap, indien de verzorging van de langstlevende dat vereist. Deze verplichting vormt een wettelijke beperking van de testeervrijheid en kan diep ingrijpen in de verdeling van de nalatenschap.
De beoordeling is sterk afhankelijk van de concrete omstandigheden en vereist een zorgvuldige juridische afweging. Zowel langstlevenden als erfgenamen doen er daarom verstandig aan om tijdig juridisch advies in te winnen.
Vragen over vruchtgebruik en rechten van de langstlevende?
Wordt u als erfgenaam of langstlevende geconfronteerd met een verzoek tot vestiging van vruchtgebruik, of twijfelt u over uw rechten en verplichtingen na een overlijden? Sett advocaten en belastingadviseurs adviseert en procedeert regelmatig over complexe erfrechtelijke kwesties, waaronder vruchtgebruik, verzorgingsrechten en verdeling van nalatenschappen. Neem contact op voor een inhoudelijke beoordeling van uw situatie.
Hulp nodig? Contacteer ons!
U ontvangt zo snel mogelijk een reactie van ons.
Probeer het later opnieuw.
Liever bellen?
Deel dit bericht














