Wie mag in de echtelijke woning blijven na echtscheiding?
Door: Sett advocaten en belastingadviseurs •3 maart 2026

Voortgezet gebruik en gebruiksvergoeding volgens artikel 1:165 BW
Een echtscheiding brengt vaak directe onzekerheid mee over de vraag wie in de echtelijke woning mag blijven wonen. Zeker wanneer de woning eigendom is van één van de echtgenoten of tot een ontbonden huwelijksgemeenschap behoort, ontstaat al snel discussie over gebruik, vergoeding en verdeling.
Artikel 1:165 BW biedt hiervoor een specifieke regeling. Deze bepaling maakt het mogelijk dat één van de echtgenoten na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking het gebruik van de woning tijdelijk voortzet, tegen betaling van een redelijke vergoeding .
Tijdelijk voortgezet gebruik van de woning
Op verzoek kan de rechter bepalen dat een echtgenoot de bewoning en het gebruik van de woning gedurende zes maanden na inschrijving van de echtscheiding mag voortzetten. Dit geldt zowel wanneer de woning uitsluitend toebehoort aan de andere echtgenoot als wanneer deze mede-eigendom is . Het betreft een tijdelijke voorziening die niet vooruitloopt op de uiteindelijke verdeling van de woning. Dat volgt uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad.
De regeling is bedoeld voor de periode ná de echtscheiding, wanneer voorlopige voorzieningen zijn uitgewerkt. Het artikel voorziet daarmee in een overgangsfase waarin praktische stabiliteit wordt geboden, bijvoorbeeld om alternatieve woonruimte te vinden of de verkoop van de woning te organiseren.
Externe werking van het gebruiksrecht
Artikel 1:165 lid 2 BW verleent aan het toegekende gebruiksrecht externe werking. Dat betekent dat rechtshandelingen van de andere echtgenoot (zoals verkoop of bezwaring van de woning) gedurende deze periode niet kunnen worden tegengeworpen aan de echtgenoot die het gebruik is toegekend. Hiermee wordt voorkomen dat het gebruiksrecht feitelijk illusoir wordt gemaakt.
De verhouding tot het huurrecht
Indien het gaat om een huurwoning, geldt het volgende. De echtgenoot van de huurder is van rechtswege medehuurder zolang de woning tot verblijf strekt. In geval van echtscheiding bepaalt de rechter wie van de echtgenoten huurder zal zijn. Daarbij vindt een belangenafweging plaats waarin onder meer een rol spelen:
- De verbondenheid van een echtgenoot met de woning en de omgeving.
- Het belang van minderjarige kinderen bij voortgezet verblijf.
- De mogelijkheden van beide partijen om vervangende woonruimte te verkrijgen.
Het huurrecht kan niet eerder ingaan dan op de datum van inschrijving van de echtscheiding. De toedeling van het huurrecht impliceert bovendien een verdeling van de gemeenschap, indien partijen in gemeenschap van goederen waren gehuwd.
Gebruiksvergoeding bij gemeenschappelijke woning
Wanneer de woning deel uitmaakt van een ontbonden gemeenschap van goederen en één van de echtgenoten de woning alleen gebruikt, kan naast of na afloop van de zesmaandentermijn een gebruiksvergoeding worden gevorderd. Deze bepaling strekt ertoe de deelgenoot die het gebruik mist schadeloos te stellen.
Van belang is dat artikel 1:165 BW geen lex specialis is ten opzichte van artikel 3:169 BW. Ook wanneer geen verzoek op grond van artikel 1:165 BW is gedaan, kan alsnog een gebruiksvergoeding worden gevorderd . De redelijkheid en billijkheid spelen hierbij een belangrijke rol, met name wanneer een vergoeding met terugwerkende kracht wordt gevorderd.
Bepaling van de hoogte van de gebruiksvergoeding
De hoogte van de gebruiksvergoeding wordt in de rechtspraak op verschillende wijzen berekend. Veelal wordt uitgegaan van:
– een percentage (bijvoorbeeld 2% tot 4%) over de overwaarde van de woning;
– een percentage over de WOZ-waarde;
– of aansluiting bij de huurwaarde van de woning.
Hoven hanteren uiteenlopende rendementspercentages, variërend van 2% tot 4% . Daarbij is relevant wie de eigenaarslasten en hypotheekrente betaalt. Indien deze lasten reeds volledig door de gebruiker worden gedragen, kan dat reden zijn om geen aanvullende gebruiksvergoeding toe te kennen.
De Hoge Raad heeft bovendien beslist dat een gebruiksvergoeding invloed kan hebben op alimentatie. Een te ontvangen gebruiksvergoeding kan behoefteverlagend werken, terwijl een te betalen vergoeding behoefteverhogend kan zijn.
Bijzondere omstandigheden en redelijkheid
De vraag wie de woning voorlopig mag blijven gebruiken, is sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval. De rechter weegt factoren zoals de psychische draagkracht van partijen, de geschiktheid van de woning voor gescheiden bewoning en het belang van kinderen.
Ook kan het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn om met terugwerkende kracht een vergoeding te verlangen wanneer partijen gedurende langere tijd gezamenlijk hebben geprobeerd de woning te verkopen zonder het onderwerp vergoeding aan de orde te stellen.
Conclusie
Artikel 1:165 BW biedt een tijdelijke oplossing voor het gebruik van de echtelijke woning na echtscheiding. Daarnaast kan via artikel 3:169 BW een gebruiksvergoeding worden gevorderd wanneer één van de ex-echtgenoten het exclusieve gebruik van een gemeenschappelijke woning heeft. De concrete uitkomst hangt sterk af van de feiten, de financiële verhoudingen en de wijze waarop partijen zich hebben opgesteld.
Bij geschillen over voortgezet gebruik of gebruiksvergoeding is een zorgvuldige juridische analyse noodzakelijk. De samenloop met het huurrecht, de gemeenschap van goederen en alimentatie maakt deze kwesties juridisch complex. Schakel dan ook tijdig een advocaat hiervoor in.
Hulp nodig? Contacteer ons!
U ontvangt zo snel mogelijk een reactie van ons.
Probeer het later opnieuw.
Liever bellen?
Deel dit bericht















