Wanneer eindigt partneralimentatie door samenwonen?


Door: Sett advocaten en belastingadviseurs 9 maart 2026

Artikel 1:160 BW en het einde van de alimentatieplicht

Partneralimentatie vormt na een echtscheiding vaak een belangrijk onderdeel van de financiële verhouding tussen ex-echtgenoten. De wet kent echter situaties waarin deze onderhoudsplicht automatisch eindigt. Eén van de belangrijkste daarvan is neergelegd in artikel 1:160 van het Burgerlijk Wetboek.


Dit artikel bepaalt dat de verplichting tot betaling van partneralimentatie definitief eindigt wanneer de alimentatiegerechtigde opnieuw trouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenleven met een ander als waren zij gehuwd. In de praktijk leidt met name deze laatste categorie tot juridische discussies. De vraag wanneer precies sprake is van een dergelijke samenleving staat regelmatig centraal in procedures bij de rechtbank en het gerechtshof.


Omdat toepassing van artikel 1:160 BW tot gevolg heeft dat het recht op partneralimentatie definitief vervalt, wordt deze bepaling in de rechtspraak terughoudend toegepast. De rechter moet zorgvuldig beoordelen of daadwerkelijk aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.


De strekking van artikel 1:160 BW

Het uitgangspunt van het alimentatierecht is dat gewezen echtgenoten na echtscheiding nog een onderhoudsplicht tegenover elkaar kunnen hebben. Deze verplichting eindigt echter wanneer de alimentatiegerechtigde een nieuwe levensrelatie aangaat die vergelijkbaar is met een huwelijk of geregistreerd partnerschap.


Artikel 1:160 BW heeft tot doel te voorkomen dat iemand ervoor kiest om samen te wonen zonder huwelijk uitsluitend om de alimentatie van de ex-partner te behouden. De wetgever heeft daarom bepaald dat een samenleving die materieel overeenkomt met een huwelijk dezelfde rechtsgevolgen heeft als hertrouwen of het aangaan van een geregistreerd partnerschap.


Wanneer de voorwaarden van artikel 1:160 BW zijn vervuld, eindigt de alimentatieplicht van rechtswege. Er is dus geen rechterlijke beslissing nodig om de verplichting te beëindigen. De rechter kan wel achteraf vaststellen vanaf welk moment de alimentatieplicht is geëindigd.


Wanneer is sprake van “samenleven als waren zij gehuwd”?

De Hoge Raad heeft in meerdere arresten verduidelijkt hoe artikel 1:160 BW moet worden toegepast. Uit deze rechtspraak volgt dat alleen sprake is van samenleven als waren partijen gehuwd wanneer aan meerdere cumulatieve voorwaarden is voldaan.

De belangrijkste criteria zijn:


  1. samenwoning
  2. een duurzame affectieve relatie
  3. een gemeenschappelijke huishouding
  4. wederzijdse verzorging


Samenwoning

Een eerste vereiste is dat partijen feitelijk samenwonen. In beginsel moet sprake zijn van een situatie waarin beide partners hun dagelijkse leven grotendeels delen in dezelfde woning.


De enkele inschrijving op hetzelfde adres in de Basisregistratie Personen is echter onvoldoende om samenwoning aan te nemen. De rechter kijkt naar de feitelijke omstandigheden, zoals het daadwerkelijke verblijf van partijen, het gebruik van de woning en de inrichting van hun dagelijkse leven.


Ook een gedeeltelijke samenwoning kan soms onvoldoende zijn om aan dit criterium te voldoen.


Duurzame affectieve relatie

Daarnaast moet sprake zijn van een duurzame affectieve relatie. Hiermee wordt bedoeld dat de relatie een zekere bestendigheid heeft en vergelijkbaar is met een huwelijk of geregistreerd partnerschap.


Een tijdelijke of vluchtige relatie valt in beginsel niet onder artikel 1:160 BW. De relatie moet gericht zijn op een bestendig samenleven waarin partners hun leven met elkaar delen.


In de rechtspraak wordt daarom vaak gekeken naar de duur van de relatie, de intenties van partijen en de mate waarin hun levens met elkaar zijn verweven.


Gemeenschappelijke huishouding

Een derde element is het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Dit houdt in dat partners hun dagelijkse huishoudelijke activiteiten met elkaar delen.

De rechter kan onder meer kijken naar:


  • gezamenlijke boodschappen
  • gezamenlijk gebruik van woonruimte
  • gedeelde kosten van de huishouding
  • gezamenlijke activiteiten in het dagelijks leven


Deze omstandigheden kunnen erop wijzen dat de relatie in praktische zin vergelijkbaar is met een huwelijk.


Wederzijdse verzorging

Een belangrijk criterium is het bestaan van wederzijdse verzorging. Volgens de rechtspraak is hiervan sprake wanneer partners daadwerkelijk bijdragen aan elkaars verzorging, bijvoorbeeld door financieel bij te dragen aan de huishouding of door op andere wijze voor elkaar te zorgen.


De Hoge Raad heeft benadrukt dat dit criterium streng moet worden toegepast. Het enkele feit dat partners elkaar af en toe financieel ondersteunen of gezamenlijke activiteiten ondernemen, is onvoldoende.


Restrictieve uitleg van artikel 1:160 BW

Omdat toepassing van artikel 1:160 BW leidt tot het definitieve verlies van partneralimentatie, hanteert de Hoge Raad een restrictieve uitleg van deze bepaling. Dit betekent dat niet snel wordt aangenomen dat aan alle voorwaarden is voldaan.


De rechter moet daarbij zorgvuldig motiveren waarom sprake is van een samenleving die vergelijkbaar is met een huwelijk.


Deze strenge benadering beschermt alimentatiegerechtigden tegen een te snelle beëindiging van hun recht op levensonderhoud.


Bewijs van samenwonen

In procedures over artikel 1:160 BW rust de bewijslast in beginsel op de alimentatieplichtige. Degene die stelt dat de alimentatieplicht is geëindigd, moet aantonen dat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.

In de praktijk wordt vaak gebruikgemaakt van:

  • getuigenverklaringen
  • bankafschriften
  • observaties
  • onderzoeksrapporten van particuliere recherchebureaus


In verschillende uitspraken is geoordeeld dat dergelijke rapporten kunnen bijdragen aan het bewijs van een samenlevingsrelatie in de zin van artikel 1:160 BW.


Gevolgen van toepassing van artikel 1:160 BW

Wanneer de rechter vaststelt dat sprake is van een samenleving als bedoeld in artikel 1:160 BW, heeft dit belangrijke juridische gevolgen.

De belangrijkste gevolgen zijn:

  • de partneralimentatie eindigt definitief
  • de alimentatieplicht herleeft niet wanneer de relatie later eindigt
  • reeds betaalde alimentatie kan worden teruggevorderd


De rechter stelt in dat geval vast vanaf welke datum de samenleving is begonnen. Vanaf dat moment wordt de alimentatie als onverschuldigd betaald beschouwd.


Afwijken van artikel 1:160 BW

Artikel 1:160 BW is geen bepaling van dwingend recht. Dit betekent dat partijen in een echtscheidingsconvenant afspraken kunnen maken die afwijken van deze regeling.

Zo kunnen ex-echtgenoten bijvoorbeeld overeenkomen dat alimentatie niet automatisch eindigt wanneer één van beiden gaat samenwonen met een nieuwe partner.

De uitleg van dergelijke afspraken vindt plaats aan de hand van de zogenoemde Haviltex-maatstaf, waarbij wordt gekeken naar wat partijen over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.


Conclusie

Artikel 1:160 BW speelt een belangrijke rol in het  alimentatierecht. Wanneer een alimentatiegerechtigde opnieuw trouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of duurzaam gaat samenleven met een nieuwe partner, kan dit leiden tot het definitieve einde van de partneralimentatie.


De rechtspraak stelt echter hoge eisen aan het bewijs van een dergelijke samenleving. Alleen wanneer sprake is van samenwoning, een duurzame affectieve relatie, een gemeenschappelijke huishouding en wederzijdse verzorging, kan worden aangenomen dat de alimentatieplicht is geëindigd.


Wordt u geconfronteerd met een discussie over partneralimentatie of de toepassing van artikel 1:160 BW? De ervaren advocaten van Sett advocaten en belastingadviseurs beschikken over ruime ervaring in het familierecht en adviseren en procederen regelmatig in alimentatiezaken. Tijdig juridisch advies kan van groot belang zijn om uw rechtspositie zorgvuldig te bepalen.

Hulp nodig? Contacteer ons!


Liever bellen?

Deel dit bericht

Lees ook onze andere artikelen

6 maart 2026
Scheiden met behulp van een advocaat? Lees hoe een echtscheiding verloopt en wat u moet regelen.
3 maart 2026
Wat houdt art. 1:24 BW in? Sett Advocaten en Belastingadviseurs legt uit hoe de rechtbank akten van de burgerlijke stand kan verbeteren en wat u daarvoor moet doen.
Scheiden
3 maart 2026
Wie mag na echtscheiding in de woning blijven? Uitleg over voortgezet gebruik, gebruiksvergoeding en rechtspraak op grond van art. 1:165 en 3:169 BW.
door duda-wsm 26 februari 2026
Uitleg over voortgezet gebruik van de echtelijke woning na echtscheiding. Wanneer is gebruik toegestaan en wanneer geldt een gebruiksvergoeding?
door duda-wsm 26 februari 2026
Vreemdelingenrecht advocaat nodig? Juridische bijstand bij verblijfsvergunning, asiel, gezinshereniging en bezwaar of beroep tegen IND-besluiten.
25 februari 2026
Hoe lang duurt partneralimentatie na echtscheiding? Uitleg over de 5-jaarstermijn, uitzonderingen, hardheidsclausule en jurisprudentie op grond van art. 1:157 BW.
door duda-wsm 24 februari 2026
Wanneer kunt u uw voornaam wijzigen? Uitleg van artikel 1:4 BW en de voorwaarden voor voornaamswijziging.
20 februari 2026
Uitleg over de verzoekschriftprocedure in het familierecht. Juridische begeleiding bij echtscheiding, alimentatie, gezag en verdeling van vermogen.
19 februari 2026
Wat is een ouderschapsplan bij echtscheiding en wanneer is het verplicht? Uitleg van wet, rechtspraak en gevolgen voor ouders en kinderen.
17 februari 2026
Echtscheiding? Lees alles over de juridische stappen, alimentatie, woning en kinderen. Deskundige begeleiding door gespecialiseerde advocaten.
Show More