Voortgezet gebruik van de echtelijke woning na echtscheiding


Door: Sett advocaten en belastingadviseurs 26 februari 2026

Wat zijn uw rechten en plichten volgens artikel 1:165 BW?

Bij een echtscheiding speelt de vraag wie de echtelijke woning mag blijven gebruiken vaak een centrale rol. Zeker wanneer de woning aan één van de echtgenoten toebehoort of onderdeel uitmaakt van een nog onverdeelde gemeenschap, kan dit tot spanningen en juridische onzekerheid leiden. Het Nederlandse familierecht kent hiervoor een specifieke regeling in artikel 1:165 van het Burgerlijk Wetboek, die beoogt een tijdelijke en evenwichtige oplossing te bieden na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.


In dit artikel wordt uiteengezet wat het voortgezet gebruik van de echtelijke woning inhoudt, wanneer u hier aanspraak op kunt maken, welke vergoedingen daarbij een rol spelen en hoe rechters deze regeling in de praktijk toepassen. Daarbij wordt ingegaan op relevante rechtspraak en samenhangende bepalingen uit het vermogensrecht.


De wettelijke basis: artikel 1:165 BW

Artikel 1:165 BW biedt de mogelijkheid om na echtscheiding het gebruik van de echtelijke woning tijdelijk voort te zetten. De regeling ziet op de situatie waarin een echtgenoot ten tijde van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking een woning bewoont die uitsluitend of mede aan de andere echtgenoot toebehoort, of hem anderszins ter beschikking staat. Op verzoek kan de rechter bepalen dat deze echtgenoot gedurende maximaal zes maanden bevoegd blijft tot bewoning en gebruik van de woning en de daarbij behorende inboedel, tegen betaling van een redelijke vergoeding.


Het gaat hier om een tijdelijke voorziening die niet vooruitloopt op de uiteindelijke verdeling van de woning of de gemeenschap. De Hoge Raad heeft dit al vroeg benadrukt en geoordeeld dat een dergelijke voorziening geen definitieve aanspraken creëert in het kader van scheiding en deling (HR 11 maart 1977, NJ 1978/98) .


Doel en strekking van de regeling

De achtergrond van artikel 1:165 BW ligt in de behoefte aan rust en continuïteit direct na de echtscheiding. Met het einde van het huwelijk vervallen voorlopige voorzieningen en kan een vacuüm ontstaan ten aanzien van het gebruik van de woning. De wetgever heeft met deze bepaling beoogd te voorkomen dat een echtgenoot plotseling zijn woonruimte verliest, terwijl de vermogensrechtelijke afwikkeling nog loopt.


De regeling heeft bovendien externe werking. Gedurende de toegekende periode kan een rechtshandeling van de andere echtgenoot, zoals verkoop of verhuur van de woning zonder toestemming, niet worden tegengeworpen aan de gebruiksgerechtigde. Daarmee wordt voorkomen dat het toegekende gebruiksrecht illusoir wordt gemaakt.


Wanneer is voortgezet gebruik mogelijk?

Het voortgezet gebruik kan betrekking hebben op verschillende situaties. De woning kan deel uitmaken van een ontbonden maar nog onverdeelde gemeenschap van goederen, maar ook volledig eigendom zijn van één van de echtgenoten. Doorslaggevend is dat de verzoekende echtgenoot de woning feitelijk bewoont op het moment van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.


Ook wanneer de woning al is verdeeld en aan één van de echtgenoten is toebedeeld, kan artikel 1:165 BW toepassing vinden. Dit volgt uit de formulering “uitsluitend of mede toebehoort” en is bevestigd in de literatuur en rechtspraak .


Huurwoningen en medehuur

Voor huurwoningen geldt een deels afwijkend regime. In artikel 7:266 BW is bepaald dat de echtgenoot van de huurder van rechtswege medehuurder is zolang de woonruimte hem tot hoofdverblijf strekt. Bij echtscheiding kan de rechter bepalen wie van de echtgenoten huurder wordt. Deze beslissing vergt een belangenafweging waarbij onder meer wordt gekeken naar de verbondenheid met de woning, de aanwezigheid van kinderen en de mogelijkheden om andere woonruimte te verkrijgen.


De rechtspraak laat zien dat rechters deze belangenafweging zeer feitelijk invullen, zeker in de huidige woningmarkt waarin alternatieve huisvesting schaars is .


De gebruiksvergoeding: wanneer en hoe?

Aan het voortgezet gebruik kan een redelijke vergoeding worden verbonden. Deze vergoeding beoogt de andere echtgenoot te compenseren voor het gemiste gebruik en genot van de woning. Wanneer de woning tot een gemeenschap behoort, geldt in beginsel dat beide ex-echtgenoten voor gelijke delen gerechtigd zijn tot het gebruik, zodat de vergoeding vaak wordt vastgesteld op de helft van de waarde van het gebruik.


Na afloop van de zesmaandentermijn van artikel 1:165 BW kan in bepaalde gevallen alsnog een gebruiksvergoeding worden gevorderd op grond van artikel 3:169 BW. Deze bepaling uit het vermogensrecht verplicht een deelgenoot die een gemeenschappelijk goed met uitsluiting van de ander gebruikt, om de ander schadeloos te stellen.


Ingangsdatum en duur van de vergoeding

De ingangsdatum van een gebruiksvergoeding is een terugkerend geschilpunt. Uit de rechtspraak volgt dat een vergoeding op grond van artikel 1:165 BW niet eerder kan ingaan dan de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. Voor vergoedingen op grond van artikel 3:169 BW geldt in beginsel hetzelfde uitgangspunt, mede vanwege de analogie met artikel 1:165 BW.


Rechters hanteren hierbij een redelijkheidstoets, waarbij ook wordt gekeken naar de gedragingen van partijen na de echtscheiding. Indien partijen lange tijd gezamenlijk hebben geprobeerd de woning te verkopen zonder afspraken over vergoeding, kan het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn om alsnog met terugwerkende kracht een vergoeding te verlangen.


Hoogte van de gebruiksvergoeding

De wijze waarop de hoogte van de gebruiksvergoeding wordt berekend, verschilt in de praktijk. Soms wordt aangesloten bij de overwaarde van de woning en een redelijk rendementspercentage, in andere gevallen bij de WOZ-waarde of de feitelijke woonlasten. De rechtspraak laat geen uniforme lijn zien, wat leidt tot maatwerk per zaak.


Belangrijk is dat ook rekening wordt gehouden met wie de eigenaarslasten draagt en of de gebruiksvergoeding invloed heeft op andere familierechtelijke verplichtingen, zoals partneralimentatie. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een te betalen gebruiksvergoeding de behoefte van de alimentatiegerechtigde kan verhogen en daarmee relevant is voor de alimentatieberekening.


Praktische betekenis voor de praktijk

Het voortgezet gebruik van de echtelijke woning is een instrument dat rust kan brengen in een emotioneel beladen periode, maar het vraagt om zorgvuldige juridische begeleiding. De samenloop van familierecht en vermogensrecht, de grote rol van feiten en de uiteenlopende rechtspraak maken dit rechtsgebied complex.


Een tijdig en goed onderbouwd verzoek kan voorkomen dat u onverwacht uw woonruimte verliest of geconfronteerd wordt met een aanzienlijke financiële claim. Omgekeerd kan een adequaat verweer voorkomen dat u langer dan redelijk is wordt beperkt in uw eigendoms- of huurrechten.


Tot slot: juridisch advies bij woonkwesties na scheiding

Wordt u geconfronteerd met vragen over het gebruik van de echtelijke woning na echtscheiding, een gebruiksvergoeding of de verdeling van woonrechten? Dan is het verstandig om uw positie tijdig juridisch te laten beoordelen. De toepassing van artikel 1:165 BW en samenhangende bepalingen vereist maatwerk en kennis van recente rechtspraak.


Sett advocaten en belastingadviseurs adviseert en procedeert regelmatig over familierechtelijke woonkwesties en begeleidt cliënten bij het maken van juridisch verantwoorde keuzes in deze fase. Neem contact op voor een beoordeling van uw situatie en de mogelijkheden die het recht biedt.

Hulp nodig? Contacteer ons!


Liever bellen?

Deel dit bericht

Lees ook onze andere artikelen

Scheiden
3 maart 2026
Wie mag na echtscheiding in de woning blijven? Uitleg over voortgezet gebruik, gebruiksvergoeding en rechtspraak op grond van art. 1:165 en 3:169 BW.
door duda-wsm 26 februari 2026
Vreemdelingenrecht advocaat nodig? Juridische bijstand bij verblijfsvergunning, asiel, gezinshereniging en bezwaar of beroep tegen IND-besluiten.
25 februari 2026
Hoe lang duurt partneralimentatie na echtscheiding? Uitleg over de 5-jaarstermijn, uitzonderingen, hardheidsclausule en jurisprudentie op grond van art. 1:157 BW.
20 februari 2026
Uitleg over de verzoekschriftprocedure in het familierecht. Juridische begeleiding bij echtscheiding, alimentatie, gezag en verdeling van vermogen.
19 februari 2026
Wat is een ouderschapsplan bij echtscheiding en wanneer is het verplicht? Uitleg van wet, rechtspraak en gevolgen voor ouders en kinderen.
17 februari 2026
Echtscheiding? Lees alles over de juridische stappen, alimentatie, woning en kinderen. Deskundige begeleiding door gespecialiseerde advocaten.
11 februari 2026
Samenwonend in een huurwoning? Lees wanneer medehuurderschap mogelijk is, welke voorwaarden gelden en hoe de rechter hierover oordeelt.
10 februari 2026
Wat zijn de juridische gevolgen van ontbinding van de huwelijksgemeenschap? Lees over verdeling, schulden, woning en draagplicht na echtscheiding.
3 februari 2026
Wanneer stelt u een huurrechtelijke vordering in? Uitleg over huurgeschillen, betaling, ontruiming en de rol van de huurrechtadvocaat.
3 februari 2026
Wanneer zijn erfgenamen verplicht vruchtgebruik te vestigen voor de langstlevende echtgenoot? Lees alles over art. 4:30 BW en verzorgingsrechten in het erfrecht.
Show More