Partneralimentatie na 1 januari 2020: hoe lang duurt de verplichting?


Door: Sett advocaten en belastingadviseurs 25 februari 2026

Partneralimentatie na 1 januari 2020: hoe lang duurt de verplichting?

Sinds 1 januari 2020 is de duur van de partneralimentatie ingrijpend gewijzigd door de inwerkingtreding van de Wet herziening partneralimentatie (Whp). Artikel 1:157 BW vormt het centrale aanknopingspunt voor de limitering van de alimentatieplicht. Waar voorheen een maximale termijn van twaalf jaar gold, is de hoofdregel thans aanzienlijk verkort.


De gedachte achter deze wijziging is dat een alimentatieverplichting niet onbegrensd behoort voort te duren en dat economische zelfstandigheid moet worden bevorderd.


In dit artikel wordt uiteengezet hoe de wettelijke termijnen functioneren, welke uitzonderingen gelden en op welke wijze verlenging mogelijk is.


Hoofdregel: maximaal vijf jaar partneralimentatie

De wet bepaalt dat, indien de rechter geen termijn vaststelt, de alimentatieplicht van rechtswege eindigt na verloop van een termijn gelijk aan de helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van vijf jaar . De duur van het huwelijk wordt in dit verband berekend vanaf de huwelijksdatum tot aan de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.


De hoofdregel brengt mee dat bij een huwelijk van acht jaar de alimentatie maximaal vier jaar duurt. Heeft het huwelijk twintig jaar geduurd, dan geldt niet tien jaar, maar het maximum van vijf jaar. Deze systematiek kan ertoe leiden dat bij langdurige huwelijken de alimentatietermijn relatief kort uitvalt. In de literatuur is erop gewezen dat dit spanningen kan oproepen in situaties waarin gedurende een lange periode sprake is geweest van een traditionele rolverdeling en beperkte arbeidsparticipatie .


De termijn vangt aan op de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking (art. 1:157 lid 6 BW) . Dit betekent dat voorlopige voorzieningen niet onder de limiteringsregeling vallen.


Uitzondering 1: jonge kinderen (art. 1:157 lid 4 BW)

Indien uit het huwelijk kinderen zijn geboren en het jongste kind ten tijde van indiening van het echtscheidingsverzoek jonger is dan twaalf jaar, eindigt de alimentatieplicht niet eerder dan op het moment waarop dit kind de leeftijd van twaalf jaar bereikt.


Deze uitzondering kan ertoe leiden dat de alimentatie langer dan vijf jaar voortduurt.

De wetgever heeft de leeftijdsgrens van twaalf jaar onder meer gemotiveerd met de overgang naar het voortgezet onderwijs en de veronderstelling dat de zorgintensiteit vanaf dat moment afneemt. In de praktijk rijst regelmatig de vraag hoe moet worden omgegaan met een min of meer gelijk verdeelde zorgregeling. In lagere rechtspraak wordt feitelijk beoordeeld waar het zwaartepunt van de zorg ligt.


Uitzondering 2: oudere alimentatiegerechtigden (art. 1:157 lid 2 BW)

Voor alimentatiegerechtigden die bij indiening van het echtscheidingsverzoek een huwelijk van langer dan vijftien jaar hebben en wier leeftijd maximaal tien jaar lager is dan de AOW-leeftijd, geldt dat de alimentatieplicht niet eerder eindigt dan bij het bereiken van de AOW-leeftijd . De duur kan in dat geval oplopen tot tien jaar.


De ratio van deze bepaling is bescherming van alimentatiegerechtigden met een zwakkere arbeidsmarktpositie, die na een langdurig huwelijk moeilijk opnieuw economisch zelfstandig kunnen worden. De wetgever heeft hiermee beoogd te voorkomen dat kort voor het bereiken van de AOW-leeftijd een forse inkomensval optreedt.


Uitzondering 3: overgangsregeling 50-plussers

Voor een beperkte groep alimentatiegerechtigden geldt een aanvullende uitzondering. Indien het huwelijk langer dan vijftien jaar heeft geduurd en de alimentatiegerechtigde op 1 januari 2020 vijftig jaar of ouder was, maar nog niet de AOW-leeftijd had bereikt, kan een maximale termijn van tien jaar gelden . Deze regeling heeft een tijdelijk karakter en verliest na verloop van tijd haar praktische betekenis.


Samenloop van termijnen (art. 1:157 lid 5 BW)

Indien meerdere uitzonderingen van toepassing zijn, geldt de langste termijn. Denkbaar is bijvoorbeeld dat sprake is van jonge kinderen én een langdurig huwelijk met een oudere alimentatiegerechtigde. In dat geval dient de rechter vast te stellen welke termijn het langst voortduurt.


Vervaltermijnen en eerste verzoek

De alimentatietermijnen kwalificeren als vervaltermijnen. Dat betekent dat na het verstrijken van de toepasselijke termijn geen eerste verzoek tot vaststelling van partneralimentatie meer kan worden gedaan. De Hoge Raad heeft dit reeds onder het oude recht bevestigd (HR 8 mei 1998, NJ 1998/889). Deze jurisprudentie blijft relevant onder het huidige recht, nu de aard van de termijn ongewijzigd is gebleven.


Indien binnen de geldende termijn een eerste verzoek wordt ingediend, kan alimentatie worden vastgesteld voor de resterende duur.


Hardheidsclausule: verlenging mogelijk (art. 1:157 lid 7 BW)

Artikel 1:157 lid 7 BW bevat een hardheidsclausule. Indien ongewijzigde handhaving van het einde van de alimentatieplicht naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet kan worden gevergd, kan de rechter op verzoek alsnog een termijn vaststellen of verlengen .

De wetgever heeft met deze bepaling beoogd ruimte te bieden voor maatwerk in uitzonderlijke situaties. Genoemd worden onder meer:


  1. gezondheidsproblemen die tijdens het huwelijk zijn ontstaan;
  2. langdurige zorg voor een gehandicapt kind;
  3. aantoonbare belemmeringen bij terugkeer op de arbeidsmarkt;
  4. schrijnende situaties voortvloeiend uit gezamenlijke keuzes tijdens het huwelijk.


Een verzoek tot verlenging moet worden ingediend binnen drie maanden na het verstrijken van de alimentatietermijn. Deze termijn is eveneens een vervaltermijn en wordt ambtshalve toegepast . De Hoge Raad heeft onder het oude recht geoordeeld dat stilzwijgende doorbetaling gevolgen kan hebben voor het aanvangstijdstip van deze termijn (HR 21 mei 2010, NJ 2010/396).


Voorts heeft de Hoge Raad recent bevestigd dat een verlengingsverzoek niet reeds bij de eerste vaststelling van alimentatie kan worden gedaan, maar pas in het zicht van het einde van de termijn (HR 16 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:751) .


Wijziging op grond van artikel 1:401 BW

Naast de hardheidsclausule biedt artikel 1:401 lid 2 BW een aanvullende wijzigingsmogelijkheid indien sprake is van een zo ingrijpende wijziging van omstandigheden dat handhaving van de vastgestelde termijn onaanvaardbaar is . Deze route zal in de praktijk beperkt worden benut, nu de hardheidsclausule reeds een specifieke voorziening bevat voor verlenging van de wettelijke termijn.


Overgangsrecht

De Wet herziening partneralimentatie is niet van toepassing op alimentaties die vóór 1 januari 2020 zijn vastgesteld of overeengekomen. Voor die gevallen blijft het oude recht gelden, inclusief de destijds geldende maximale termijn van twaalf jaar en het bijbehorende overgangsrecht .


Conclusie

Artikel 1:157 BW introduceert een duidelijke hoofdregel van maximaal vijf jaar partneralimentatie, met drie belangrijke uitzonderingen en een hardheidsclausule als vangnet. De regeling beoogt een balans te vinden tussen het bevorderen van economische zelfstandigheid en het bieden van bescherming in kwetsbare situaties.


Tegelijkertijd blijkt uit rechtspraak en literatuur dat toepassing van de uitzonderingen en de hardheidsclausule ruimte laat voor interpretatie en feitelijke afweging.


Voor zowel alimentatieplichtigen als alimentatiegerechtigden is het van belang tijdig inzicht te verkrijgen in de toepasselijke termijn en in de mogelijkheden tot verlenging of wijziging. De gevolgen van het verstrijken van een vervaltermijn zijn immers verstrekkend en in beginsel definitief.

Hulp nodig? Contacteer ons!


Liever bellen?

Deel dit bericht

Lees ook onze andere artikelen

Scheiden
3 maart 2026
Wie mag na echtscheiding in de woning blijven? Uitleg over voortgezet gebruik, gebruiksvergoeding en rechtspraak op grond van art. 1:165 en 3:169 BW.
door duda-wsm 26 februari 2026
Uitleg over voortgezet gebruik van de echtelijke woning na echtscheiding. Wanneer is gebruik toegestaan en wanneer geldt een gebruiksvergoeding?
door duda-wsm 26 februari 2026
Vreemdelingenrecht advocaat nodig? Juridische bijstand bij verblijfsvergunning, asiel, gezinshereniging en bezwaar of beroep tegen IND-besluiten.
20 februari 2026
Uitleg over de verzoekschriftprocedure in het familierecht. Juridische begeleiding bij echtscheiding, alimentatie, gezag en verdeling van vermogen.
19 februari 2026
Wat is een ouderschapsplan bij echtscheiding en wanneer is het verplicht? Uitleg van wet, rechtspraak en gevolgen voor ouders en kinderen.
17 februari 2026
Echtscheiding? Lees alles over de juridische stappen, alimentatie, woning en kinderen. Deskundige begeleiding door gespecialiseerde advocaten.
11 februari 2026
Samenwonend in een huurwoning? Lees wanneer medehuurderschap mogelijk is, welke voorwaarden gelden en hoe de rechter hierover oordeelt.
10 februari 2026
Wat zijn de juridische gevolgen van ontbinding van de huwelijksgemeenschap? Lees over verdeling, schulden, woning en draagplicht na echtscheiding.
3 februari 2026
Wanneer stelt u een huurrechtelijke vordering in? Uitleg over huurgeschillen, betaling, ontruiming en de rol van de huurrechtadvocaat.
3 februari 2026
Wanneer zijn erfgenamen verplicht vruchtgebruik te vestigen voor de langstlevende echtgenoot? Lees alles over art. 4:30 BW en verzorgingsrechten in het erfrecht.
Show More